wil je dansen?

Vroeg in de ochtend, toen de eekhoorn nog in bed lag, werd er op zijn deur geklopt.
‘Wie is daar?’ vroeg hij.
‘Ik ben het,’ zei een stem. ‘De olifant.’
‘Kom je op bezoek?’ vroeg de eekhoorn.
Even was het stil. Toen vroeg de olifant: ‘Wil je dansen?’
‘Dansen?’ vroeg de eekhoorn. ‘Nu?’
‘Is dat raar?’ vroeg de olifant.
‘Nou… raar…’ zei de eekhoorn. ‘Het is nog heel vroeg.’
‘Dus je wilt het niet?’ vroeg de olifant.
De eekhoorn dacht even na en vroeg: ‘Waar wil je dansen?’
‘Bij voorbeeld hier, voor je deur,’ zei de olifant.
‘Maar daar is helemaal geen plaats!’
‘Dan dansen we niet te ver uit elkaar,’ zei de olifant.
‘Dan vallen we zeker naar beneden.’
‘O,’ zei de olifant. ‘Dus je wilt niet dansen.’
De eekhoorn stapte uit zijn bed.
Even later legde hij zijn ene arm op de schouder van de olifant en sloeg zijn andere arm om zijn middel. De olifant zei dat hij tot drie zou tellen, schraapte zijn keel en telde tot drie. Toen maakten zij één danspas, verstapten zich en vielen naar beneden.
Versuft laten zij naast elkaar in het natte gras onder de beuk.
‘Vond je het een slecht idee, eekhoorn?’ vroeg de olifant.
‘Nee hoor,’ zei de eekhoorn. Hij wreef over de buil op zijn hoofd en dacht aan die ene pas die echt een hele mooie danspas was geweest.

Deze fabel van Toon Tellegen uit ‘Misschien wisten zij alles’ (2005) is mij vanmiddag voorgelezen door Amanda Bosman. Zomaar, spontaan in haar winkel (www.hierwordjeblijvan.nl). Omdat we het roerend eens zijn dat we wel wat meer speelsheid kunnen gebruiken.