Categorie archief: beweging

Koffiekamer verbouwd

Er is al een wiskundeleraar aan tafel naast een dramalerares gesignaleerd, beiden keken verwilderd om zich heen.

Column van Gerwin van der Werf in Trouw, 12 november 2014

De koffiekamer is verbouwd, en niet zo’n beetje ook. Hij is twee keer zo groot geworden, je begrijpt niet hoe het kan. Tientallen bouwvakkers zijn er vier maanden mee bezig geweest. Een koffiekamer kan je het nu niet meer noemen, het lijkt meer op zo’n gestileerde koffietent op Schiphol waar hipsters met vederlichte laptopjes van hun frappuccino nippen. Alles is wit, grijs en rood, poepsjiek, de wanden zijn met bamboepanelen bekleed. Het plafond is zo hoog dat ieder formaat ego erin past. Centraal in de ruimte staat de aloude koffiemachine. Dit is het enige dat niet verbeterd is – de koffie is nog steeds vies.

Maar niet geklaagd, het is zo allemachtig mooi geworden dat heel veel leerlingen boos waren. Jaloers op onze bamboewandjes. Sommigen kwamen bij mij klagen. Waarom werd dat geld niet besteed aan computers, iPads, of een pooltafel? Het woord ‘verspilling’ viel. In zo’n geval hanteer ik altijd de tegenaanval. Ik zei dat ze niet zo zielig moesten doen, ik verdiende het volledig, dit paradijsje op aarde, want ik werkte op één enkele dag drie keer harder dan zij in een week. ‘Bovendien,’ sloot ik af, ‘moet ík hier nog dertig jaar doorbrengen.’ Zo, dat hakte er flink in. Sindsdien spreken deze leerlingen niet meer van ‘de lerarenkamer’ maar van ‘het pauperparadijs’.

De rector loopt overigens al weken te glimmen van trots, alsof hij de hele tent met zijn eigen handen gebouwd heeft, of nee, als de rijke oom die alles voor ons heeft betaald. Hij loopt ook onafgebroken rondjes door de ruimte om stoelen recht te zetten, kussens op te kloppen, en te kijken of het mooie hoge plafond nog nergens lekt. De eerste dagen wenkte iedereen hem om een bestelling door te geven – ‘ober, twee witte wijn en een mandje brood met olijven graag’. Omdat dit niet lang leuk bleef noemt men hem nu de ‘hoofdconciërge’, en als er iets kapot is, of als iemand geknoeid heeft met koffie, dan wordt hij er fluks bij geroepen.

Wat ook grappig is, en bijzonder verfrissend, is dat niemand meer weet waar hij moet zitten. De vaste tafelindeling is grondig door elkaar geschud. Er is al een wiskundeleraar aan tafel naast een dramalerares gesignaleerd, beiden keken verwilderd om zich heen. De grootste problemen manifesteren zich rond de nieuwe doorzitbank. De gymleraren dachten die wel even in beslag te nemen, maar een spijkerharde posse van docenten van de internationale school biedt dapper weerstand.

Er is één probleem waar zelfs de rector niets aan kan doen: die verrekte bel, die gaat gewoon nog steeds na een krap halfuurtje pauze, en dan moeten we weer naar onze muffe lokalen. Aldaar staren wij wezenloos naar het bladderende pleisterwerk en dromen van ons pauperparadijs.

wil je dansen?

Vroeg in de ochtend, toen de eekhoorn nog in bed lag, werd er op zijn deur geklopt.
‘Wie is daar?’ vroeg hij.
‘Ik ben het,’ zei een stem. ‘De olifant.’
‘Kom je op bezoek?’ vroeg de eekhoorn.
Even was het stil. Toen vroeg de olifant: ‘Wil je dansen?’
‘Dansen?’ vroeg de eekhoorn. ‘Nu?’
‘Is dat raar?’ vroeg de olifant.
‘Nou… raar…’ zei de eekhoorn. ‘Het is nog heel vroeg.’
‘Dus je wilt het niet?’ vroeg de olifant.
De eekhoorn dacht even na en vroeg: ‘Waar wil je dansen?’
‘Bij voorbeeld hier, voor je deur,’ zei de olifant.
‘Maar daar is helemaal geen plaats!’
‘Dan dansen we niet te ver uit elkaar,’ zei de olifant.
‘Dan vallen we zeker naar beneden.’
‘O,’ zei de olifant. ‘Dus je wilt niet dansen.’
De eekhoorn stapte uit zijn bed.
Even later legde hij zijn ene arm op de schouder van de olifant en sloeg zijn andere arm om zijn middel. De olifant zei dat hij tot drie zou tellen, schraapte zijn keel en telde tot drie. Toen maakten zij één danspas, verstapten zich en vielen naar beneden.
Versuft laten zij naast elkaar in het natte gras onder de beuk.
‘Vond je het een slecht idee, eekhoorn?’ vroeg de olifant.
‘Nee hoor,’ zei de eekhoorn. Hij wreef over de buil op zijn hoofd en dacht aan die ene pas die echt een hele mooie danspas was geweest.

Deze fabel van Toon Tellegen uit ‘Misschien wisten zij alles’ (2005) is mij vanmiddag voorgelezen door Amanda Bosman. Zomaar, spontaan in haar winkel (www.hierwordjeblijvan.nl). Omdat we het roerend eens zijn dat we wel wat meer speelsheid kunnen gebruiken.

 

een voetbaltafel op kantoor? ja slim!

Prof. dr. Erik Scherder legt in zijn college haarfijn uit hoe belangrijk beweging is voor de werking van ons geheugen. De meeste mensen weten wel dat ’30 minuten per dag matig intensief bewegen’ belangrijk is. Maar weet je ook waarvoor? Het is dus belangrijk voor het brein, niet alleen voor je gewicht en lichamelijke fitheid.

Wil je dus dat er op je werkvloer goed gebruik wordt gemaakt van dat geheugen, dan is het slim om iets neer te zetten waar mensen een half uurtje matig intensief bezig kunnen zijn. Bijvoorbeeld een voetbaltafel. Laat een competitie starten en stimuleer minimaal een maal daags een potje. Dat half uurtje is in no time gecompenseerd omdat de breinen effectiever functioneren en voor je het weet heb je ook een sfeer gecreëerd waarin ze naast het potje tafelvoetbal het vuur uit hun sloffen lopen omdat ze bij het leukste bedrijf van Nederland werken. Iedereen blij!

waarom zou je elkaar ontmoeten?

Momenteel vinden nogal wat discussies plaats of Het Nieuwe Werken (HNW) een hype is of gemeengoed. Ik denk dat vooral de term en de definities die we eraan hangen voor deze discussie zorgen. Zo kwam ik een discussie tegen waarin de vraag werd gesteld of HNW op zijn retour is omdat we behoefte hebben aan sociaal contact.

Een mens is van nature een sociaal dier en ja, er is dus behoefte aan sociaal contact. Voor starters op de arbeidsmarkt is het bijvoorbeeld van belang dat zij vanuit contact met ervaren collega’s kunnen leren. Ervaren medewerkers delen graag hun visie en hebben baat bij een kritische frisse blik. Het lijkt dat voor HNW de definitie wordt gehanteerd dat je elkaar niet meer fysiek treft. En daar zit wat mij betreft de angel en de reden dat ik moeite heb om de term HNW nog te gebruiken.

We hebben meer mogelijkheden dan ooit te voren om met elkaar in contact te staan en waar en wanneer dan ook ons werk uit te  voeren. Ik heb het hier dan voornamelijk over ‘kenniswerk’, omdat het voor bijvoorbeeld de mannen en vrouwen die ons wegennet ’s nachts repareren toch nog vrij lastig is dit vanuit de lunchroom om de hoek te regelen… (alsof je daar trouwens geen kennis voor nodig hebt, maar goed, laat ik niet op alle slakken zout leggen). Het is zaak dat we slim gebruik maken van alle mogelijkheden die de techniek ons biedt, maar techniek kan niet het doel op zich zijn. Net als huisvesting is het een middel. Iets dat je ondersteunt in het bereiken van je doel.

Als organisatie moet je allereerst goed weten waar je naar toe wilt, wat je bestaansrecht geeft. Je medewerkers of je netwerk moet hiervan ook doordrongen zijn. Wat is hun bijdrage aan het grote geheel? Wat is hun rol en waar ligt hun verantwoordelijkheid? En hoe gaan we dit dan met technische, virtuele en fysieke middelen ondersteunen. En dat betekent dus ook ontmoeting faciliteren. Hoe, waar en wanneer is een afgeleide van het ‘waarom’ en dit kan per organisatie(onderdeel) verschillen.

Het zou zomaar kunnen dat er organisaties zijn die voldoende hebben aan een stamkroeg om iedere week informeel bij te praten en voeling te houden met elkaar en de organisatie. Voor andere partijen kan het van belang zijn dat mensen elkaar regelmatig treffen op een vaste plek. Er bestaat niet één waarheid. Laten we daarom eerst kijken waarom we iets willen, dan wat dit betekent en vervolgens vormgeven hoe we dit gaan bereiken. Wie weet wat voor verrassende uitkomsten dit brengt.

Als je weet waarom, weet je ook hoe je elkaar het beste kunt ontmoeten.

de kracht van ervaring

opening rabo

De kracht van ervaring bij het doorbreken van belemmerende patronen. (trainingsacteur Kirstin op het Veld i.s.m. Daan Vennix)

Na bijna een jaar van voorbereiding laten medewerkers bij het openingsevent van Rabobank Bollenstreek de laatste belemmeringen achter zich en nemen mee wat goed is.

Het ‘vernieuwbouwde’ kantoor in Hillegom ondersteunt de doelstellingen van een bank die ondernemend en flexibel wil inspelen op de veranderende vraag van de klant en de ontwikkelingen in de maatschappij.
klant centraal – medewerker vitaal – resultaat optimaal